Mening – Coens Column

‘Maar je hebt toch zeker wel een mening?!’ roept Matthijs van Nieuwkerk afgelopen vrijdag verschrikt naar Joost Zwagerman. Arme Joost. Net nu hij zo gewend was aan het rustige, meningloze klimaat waarin het proces van fictie scheppen zo goed gedijt, wordt hij nog tijdens het eerste televisieoptreden sinds tien maanden alweer ingelijfd bij ’s lands opinieleger. ‘Tot volgende maand’, zegt Van Nieuwkerk aan het einde van het gesprek. Zachtjes tegensputterend schudt Zwagerman de hand die dwingend voor zijn neus zweeft.

Een week eerder nog was hij twintig seconden lang de kroonprins van Harry Mulisch, die voor Nova College Tour door een paar honderd studenten werd geïnterviewd. Eventjes kon Zwagerman zich de nieuwe keizer van literair Nederland wanen, maar na een interruptie uit de zaal bedacht Mulisch dat A. F. Th. van der Heijden toch eerder voor die erefunctie in aanmerking kwam. Gekroond, verstoten, bejubeld en gegijzeld door medialand. Zo kan het je vergaan binnen een tijdsbestek van twee weken. De journalist grabbelt blind in de ton met meningen, en de geïnterviewde mag daar vervolgens zijn visie op geven. Men weet niet meer hoe te ageren, dus reageert iedereen alleen nog maar, om Freek de Jonge vrij te citeren.

Ook ik ben slachtoffer. Alleen al door dit stukje te schrijven draag ik mijn steentje bij aan het grote intertekstuele web. Iedere student doet niets anders tijdens het schrijven van een scriptie of een nota; het verzamelen van meningen om aan de hand daarvan je eigen visie op de zaak geven. Vervolgens laat de docent je weten wat hij ervan vindt.

Niets is zo subjectief als de werkelijkheid. Toch hebben we anderen nodig om te weten wat we zelf vinden. Laat mij uw dienaar zijn. Een van de velen wellicht, maar in elk geval een trouwe. En wat men daarvan zal vinden? Joost mag het weten.

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply