Driek – Coens column

Niet elke schrijver zal het direct toegeven, maar velen van hen krabbelen elke dag al die blaadjes vol omdat ze niet vergeten willen worden. De schrijver hoopt dat waar zijn lichaam tijdelijk is, zijn oeuvre eeuwig zal zijn. En ja, in deze tijd van digitalisatie en zorgvuldige archivering van alles wat gepubliceerd wordt, lijkt die hoop niet eens zo heel ijdel. Maar wordt dat oeuvre dan ook gelezen? De toneelbewerking van de roman Nooit meer slapen (W.F. Hermans) waar ik vorige week in speelde, kon bijna niet doorgaan wegens het ontbreken van toestemming van de uitgeverij. Eén van de uiteindelijk doorslaggevende argumenten: ‘het is toch goed dat er weer wat jonge mensen met Hermans bezig zijn’.

Zo gaat dat dus. Het ene moment behoor je tot de grote drie, het volgende moment mag je blij zijn als drie snotneuzen je dode naam nog kennen.
Hoe zou dat gaan met Driek van Wissen? ‘Driek van Wie?’ hoor ik u denken. U weet wel, de man die tot januari vorig jaar Dichter des Vaderlands was. De man zonder aanstellerige bretels, maar immer met stijlvolle vlinderdas. De man die sneller dichtte dan hij zijn mond kon openen. De man die nog Groningser was dan de koek. Die man, die dichter, is ’s nachts gestorven op een vliegveld in Instanbul. Ver weg van zijn zo vaak bedichte vaderland, terwijl het vliegtuig met een lege stoel erheen vloog. 

Natuurlijk, over veertig jaar zal bijna niemand direct kunnen vertellen wie Driek van Wissen was. Hij zal worden vergeten, net zoals mensen het nummer van hun eerste mobiele telefoon vergeten, welke kleur ogen hun eerste liefde had, en wat de wet van Murphy nou ook alweer precies inhield. Maar tot die tijd kunnen we nog af en toe een boek van hem openslaan. We kunnen zijn gedichten lezen en een nationale strikjesdag instellen – misschien een aardig idee om dat te combineren met rokjesdag? Ik wil hem graag herinneren met een kort gedichtje dat ik voor hem geschreven heb, geheel op Drieksiaanse wijze:

De dode dichter

Toen Driek heel kwiek de hemel binnenliep,
zag hij iedereen die was vergeten.
Maar niemand die het daar erg vond: men sliep.

Dus voor iemand hem begon te missen,
nam hij zijn eigen naam, heel verbeten,
en bediende hij zich, Driek, van wissen.

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply