Bewondering – Coens column

Ik kan me niet herinneren dat er een periode is geweest waarin ik niemand heb bewonderd. Als kind zijn het je ouders die je bewondert, vaak om simpele dingen waar je later pas de banaliteit van inziet, zoals ik vroeger altijd mijn vader bewonderde hoe hij in Italië ons gezin langs alle haarspeldbochten loodste. Later is het misschien een juffrouw of meester. Of de Wegwijspiet, die jammerlijk genoeg inmiddels met pensioen is gegaan.

Zelf bewonderde ik ook tijdens mijn middelbare schooltijd talloze mensen, onder wie Godfried Bomans, Bas Haring, mijn leraar Nederlands en Telegraaf-columnist Rob Hoogland. (Oké, ik geef toe, je kunt te ver gaan.) Ik had zelfs bewondering voor Ko Colijn, politicoloog en defensiespecialist van Vrij Nederland. Ik weet niet eens meer goed waar die bewondering vandaan kwam. Misschien was het vanwege zijn mooie naam. Mijn economielerares bleek de man persoonlijk te kennen en was op de hoogte van mijn adoratie. Op een dag gaf ze me een handgeschreven briefje waarin stond: ‘Dank voor de gezelligheid en de heerlijke maaltijd. Ko Colijn.’ Dat briefje is voor een aantal jaar in mijn agenda verdwenen.

Naarmate ik ouder word, blijken ook de nieuwe mensen die ik bewonder steeds ouder te worden en zitten er steeds meer doden tussen. Jonge mensen die in theorie het bewonderen waard zijn, lijken, hoe kinderachtig dat ook mag klinken, eerder een bedreiging te vormen. Het zal wel weer evolutionair bepaald zijn. Bewondering is een vorm van reflectie. Eigenlijk wil jij degene zijn die je zo bewondert. En hoe dichter diegene bij je staat, hoe bedreigender hij voor je wordt, omdat hij jouw plaats kan innemen.

Toch kan ik niet zonder. Ik heb het nodig om geïnspireerd te blijven, om niet het bijltje erbij neer te gooien en weg te zakken in een moeras van zinloosheid. Wellicht dat ik op een dag alleen nog dode mensen zal bewonderen. Of misschien moet ik zelf ooit bewonderd worden. Ik weet in elk geval wat ik zal schrijven in het eerste boek dat ik zal signeren, terwijl twee bewonderende ogen mij aanstaren: ‘Dank voor de gezelligheid en de heerlijke maaltijd.’

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply