Tweedejaars zoekt vereniging

In de afgelopen EL CID-week hebben duizenden nieuwe studenten de Leidse binnenstad verkend. Weer een groot percentage daarvan is lid geworden van een vereniging. Maar wat doe je als je als tweedejaars bent alsnog lid wilt worden, maar niet weer de EL CID wilt lopen?

 
Verenigingen op FSW. Bekijk de foto’s EL CID 2010/woensdagmiddag

Het is niet meer dan logisch dat de studentenverenigingen tijdens de EL CID-week alles uit de kast halen om de nieuwe eerstejaarzen te kunnen inlijven. Niet alleen leent zo’n introductieweek zich uitstekend voor promotionele campagnes, ook is het bij veel verenigingen de enige mogelijkheid voor de nieuwelingen om zich in te schrijven. Sommigen zwichten door de tijdsdruk en laten zich overhalen door het aantal gratis condooms dat wordt uitgedeeld, anderen proberen met logischer argumenten hun keuze te bepalen. Toch lukt niet iedereen dat meteen.

Passe-partout
Lidewij Vernel, negentien jaar en tweedejaars psychologie in Leiden, liep vorig jaar de EL CID. Lidewij: ‘Op vrijdag, de laatste inschrijfdag, stond ik met een formulier van SSR in mijn hand. Uiteindelijk twijfelde ik te veel en heb ik het toch maar niet gedaan.’ Het was bovendien niet zeker hoe lang ze in Leiden zou blijven, aangezien ze eigenlijk diergeneeskunde wil studeren in Utrecht of België. ‘Toen ik vlak voor de zomervakantie voor de tweede keer werd uitgeloot,’ vertelt ze, ‘besloot ik dit jaar wel lid te worden van een studentenvereniging. Dus kocht ik een passe-partout, waarmee ik tijdens de EL CID toegang kreeg tot alle studentenverenigingen.’

Groepsgevoel
Het was vooral het groepsgevoel dat Lidewij in haar eerste jaar vergeefs zocht. Lidewij: ‘Ik heb best een leuk jaar gehad hoor, maar ik had toch altijd het idee dat ik iets miste. Mijn leven speelde zich thuis en op de faculteit af, maar eigenlijk niet echt in Leiden zelf. De gezelligheid ging meestal niet verder dan af en toe een drankje drinken na een tentamen, of een feest van studieverenging Labyrint. Terwijl ik studievrienden allemaal gezellige dingen zag doen na de colleges, zoals een high tea, of gewoon gezellig wat drinken op de vereniging. Die gezelligheid, je studietijd doorbrengen met een leuke groep, dat wilde ik ook.’

Gesmokkeld
Haar eerste studiejaar lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen, want Lidewij’s werkwijze tijdens de EL CID kan haast wetenschappelijk worden genoemd. Ze besloot de verschillende vooroordelen over de verenigingen (die vooral het aantal verplichtingen betroffen) die ze in haar eerste jaar had opgedaan te gaan onderzoeken. ‘Ik heb wel wat gesmokkeld,’ bekent ze, ‘want Minerva en Catena heb ik buiten beschouwing gelaten. Die verenigingen hebben als de twee uitersten in het spectrum zo’n sterke reputatie, dat me een bezoek eraan tijdverspilling leek.’ Ze wilde een vereniging die niet te streng is met veel regeltjes (zoals Minerva), maar die ook weer niet te vrij is (Catena). Lidewij: ‘Te veel vrijheid is niet goed voor mij. Ik heb wel wat verplichtingen nodig, anders ben ik bang dat ik op een gegeven moment niet meer kom, en er geen hechte groep kan ontstaan.’

Zijlijn
Quintus viel na één bezoek al af. Lidewij: ‘Ze waren heel aardig, maar het ging voornamelijk over feesten.’ SSR daarentegen is de hele week weer een potentiële kandidaat geweest: ‘Wat ik daar erg leuk vond, was dat tijdens een feest ’s avonds de voorzitter even met me kwam praten. Dat zou bij Augustinus of Minerva niet snel gebeuren.’Op Augustinus was het volgens Lidewij voornamelijk heel gezellig en werd ze met rust gelaten. ‘Omdat ik niet bij een EL CID-groepje hoorde, kon ik de hele week ongestoord vanaf de zijlijn toekijken zonder dat meteen werd geprobeerd me over te halen. Zo kon ik wat natuurgetrouwer de sfeer proeven, en die beviel me daar erg goed. Bovendien heerst er bij Augustinus een goede balans tussen verplichtingen en vrijheid.’ 

Triest
Uiteindelijk heeft ze voor Augustinus gekozen, ondanks een vreemd voorval. Lidewij: ‘Eén keer kwam er een dronken jongen naar me toe. Hij zei: ‘Kom bij Augustinus… bier… feesten…gezellig!’ Ik vroeg nog waarom ik niet naar SSR moest gaan, waarop hij antwoordde: SSR is triest. Tsja, dat vond ik nou niet echt een sterk argument.’

(24-08-2010/Coen van Beelen)

Be Sociable, Share!