Thomas Rosenboom over onrust, een burgerlijk ritme en voorbedachte rade

Buiten waaien de palmbomen in de Hortus woest heen en weer. Binnen is het rustig. In het restaurant van de Faculty Club heeft een groep neerlandici zich verzameld: professoren, studenten en oud-studenten woonden dinsdagavond 14 september het interview bij met gastschrijver Thomas Rosenboom door Peter van Zonneveld.

‘Ik wist niet eens dat er ‘s zaterdags een boekenkatern bij de krant zat’
Rosenboom krijgt een vraag over zijn studie Psychologie in Nijmegen en antwoordt: ‘Daar kan ik me weinig meer van herinneren.’ Het publiek lacht. Op de vraag of Rosenboom altijd al schrijver wilde worden zegt hij: ‘De hele literaire wereld bestond voor mij nauwelijks. Ik wist niet eens dat er ‘s zaterdags een boekenkatern bij de krant zat.’ De anekdotes over zijn leven in Amsterdam brengen een glimlach op de gezichten van het publiek. Grapjes vertelt hij met een stalen gezicht, een enkele keer lacht hij zelf ook mee.

‘Later op en later naar bed’
Opmerkelijk is zijn verhaal over ‘het ritme van een schrijver’. Vroeger had hij dit niet, hij stond steeds later op en ging steeds later naar bed: ‘Het ging allemaal goed totdat het niet meer goed ging, ik ben erachter gekomen dat het burgerlijke ritme toch wel het beste ritme is.’

‘Als een liefdesbrief schrijven’
Aan alles wat Rosenboom zegt merk je dat hij een schrijver is, een taalkunstenaar. Zo omschrijft hij publiceren in een literair tijdschrift alsof hij ‘opeens een paleis binnen mocht waar hij eerst alleen maar omheen liep’ en het uitkomen van een nieuw boek als ‘iemand een liefdesbrief schrijven, je legt je hele ziel erin.’

Rosenboom brak in 1994 door met zijn roman Gewassen vlees, waarvoor hij de Libris Literatuur Prijs ontving. Ook Publieke werken uit 1999 werd met deze prijs beloond. Vorig jaar kwam zijn nieuwste boek uit: Zoete mond, over dierenarts Rebert van Buyten die in 1965 naar een fictief dorp aan de Rijn verhuist.

‘Op mijn manier krijg je het tenminste af’
Wat kunnen de studenten die de werkgroep Creatief schrijven bij hem gaan volgen eigenlijk verwachten? Zullen ze net zulke succesvolle schrijvers worden? Rosenboom benadrukt vooral het feit dat je van tevoren heel goed moet nadenken over je verhaal. Je moet net zo lang blijven rondlopen totdat je het verhaal kunt invullen, en dan pas beginnen: ‘Als je op mijn manier werkt krijg je het tenminste af. Of je begint er niet aan, ook goed.’ Rosenboom werkt met een schema, waarin hij alle hoofdstukken als het ware al ‘intekent’, maar met een schema is het werk nog lang niet af: ‘Een schema heeft geen humor, geen lyriek.’ De schrijver geeft toe dat hij het na al zijn gepubliceerde romans nog steeds moeilijk vindt om een boek te schrijven: ‘Het lijkt steeds alsof ik schrijf in een taal die ik niet helemaal beheers.’

‘Alles wat ik opschrijf is met voorbedachte rade’
De klok van het academiegebouw slaat negen keer. Buiten is het alleen nog maar harder gaan stormen. Het interview loopt ten einde. De laatste vraag uit het publiek gaat over documentatie voor zijn historisch gesitueerde romans. Hoe zorg je ervoor dat een negentiende eeuwse apotheker ook echt een negentiende eeuwse apotheker is? ‘Ik lees vooral boeken uit die tijd. Een jargon, dat is heel belangrijk. Iemand is pas een apotheker als hij praat als een apotheker. Alles wat ik opschrijf is met voorbedachte rade.’

Een beetje onrust vind ik altijd wel fijn’
Als enige niet-neerlandicus bedenk ik me opeens hoe gestructureerd de voor mij zo niet-gestructureerd lijkende schrijverswereld eigenlijk is. Van burgerlijke ritmes tot schema’s, terwijl ik toch altijd het romantische beeld van een schrijver heb gekoesterd waarbij het verhaal spontaan uit zijn of haar vingers vloeit. Gelukkig stelt Rosenboom me aan het einde nog een beetje gerust: ‘Een beetje onrust, dat vind ik altijd wel fijn.’      

Be Sociable, Share!

Leave a Reply