Studentencafé – Coens column

Op een boekworp afstand van het Lipsiusgebouw, waar ik als student Nederlandse Taal & Cultuur vaak te vinden ben, lag altijd café/restaurant Camino Real, door ons kortweg Camino genoemd. Het was een wannabe gelagkamer, met minder sfeer dan een abattoir en een akoestiek die elke muzikant binnen vijf minuten arbeidsongeschikt zou maken.

Sinds kort heeft die zaak echter plaatsgemaakt voor grand café De Koets. Goed nieuws, zou verwachtingsgewijs de eerste gedachte zijn. Toch vervult deze ontwikkeling mij met ambivalente gevoelens.Want eigenlijk, en ik had niet gedacht dit ooit nog eens te zeggen, was Camino het ideale studentencafé. Als je geen zin of geen mogelijkheid had om geld uit te geven, maar toch ergens wilde zitten waar op z’n minst de illusie bestond van de mogelijkheid tot gezelligheid, kon je naar Camino gaan. Een bezoek ging meestal als volgt:

Zodra je na binnenkomst was gewend aan de immer rondkaatsende echo tot de vijfde macht, zocht je een plekje tussen je lotgenoten – soms nog onwetenden, vaak ook armoedzaaiers. Als je ‘geluk’ had, kwam er binnen een kwartier iemand naar je toe die je bestelling opnam. Diegene deed dat soms vriendelijk, soms met een stem waarin iedereen direct een eis om rechtvaardiging van je gedrag zou herkennen. Maar je wist waar je aan begon door hier naar binnen te gaan, dus het lot werd grootmoedig aanvaard. Na drie kwartier, het glas op de tafel mocht al sinds een half uur geleden geen drankje meer worden genoemd, vroeg je je ineens af wanneer er weer iemand zou komen om een bestelling op te nemen. Het volgende kwartier hoopte je dat de gedachte aan de bediening die bediening ook daadwerkelijk zou activeren. Maar die hoop was ijdel, natuurlijk.

En zo zat je daar een avond lang. Het huis ontvlucht voor een studentenbudget, want verder dan twee, hooguit drie drankjes kwam het nooit. Nee, de komst van De Koets gaat gepaard met vreugde en met weemoed. Gisteren heb ik er alleen een kopje thee gedronken. Het interieur zag er mooi uit – veel hout, grote bar, lekkere banken, goede combinatie klassiek en modern – en de bediening was vriendelijk en accuraat. Maar hoe moet ik mij nu voelen?

Martin de Haan schrijft in een essay over Michel Houellebecq: ‘De waarheid zit in de geconstateerde tegenstrijdigheid, niet in de opheffing ervan.’ Ik vrees dat ik dat zal beamen, als ik aan het einde van een gezellige avond in De Koets, naar een lege portemonee zal staren.

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply