Coens column – Het Holmancomplot

Toen ik de afgelopen dagen met 39 graden koorts op bed lag, was er maar één medicijn dat mij behoedde voor een delirium: het radioprogramma Oba Live. Als door een auditief infuus druppelden de woorden van presentator Theodor Holman mijn lijf binnen, klaar om goed werk te verrichten. Eigenlijk is vooral hij het, Theodor Holman, die al jarenlang een soort medicijn tegen het leven vormt.

Zes-en-een-half jaar geleden ontmoette ik hem voor het eerst. In Zaandam, of all places. Ik was met mijn ouders naar de opera Madame Butterfly geweest. Na afloop dronken we nog wat in de foyer. Ineens zag ik hem staan. Groter dan ik had gedacht, wild haar en slecht geschoren. Ik weet nog dat ik dacht: zo wil ik later ook zijn.

Ik stapte op hem af, om hem te complimenteren met het programma waaraan ik enkele jaren daarvoor verslaafd was geraakt. Hij bedankte me en vroeg wat ik ging studeren. Kennelijk zag ik er toen uit als iemand die binnenkort zou gaan studeren.
     ‘Nederlands,’ antwoordde ik.
     ‘Ah, dat heb ik ook gestudeerd.’
     ‘Hoe vond u het?’
     ‘Het viel mij ontzettend tegen. Het was helemaal niet wat ik ervan verwachtte. Weet waar je aan begint.’
     De impliciete boodschap was duidelijk: Doe het niet! Ik zal zijn woorden ongetwijfeld hebben weggelachen.

Nu, terwijl ik in het zesde jaar van mijn studie zit, denk ik nog wel eens aan die woorden terug. Ik heb mij inderdaad door bergen taalkunde en taalbeheersing geworsteld, iets waar ik naar mijn idee niet voor had getekend. Maar zou Theodor dat toen hebben bedoeld?

Vaak denk ik: wat zou Theodor hiervan vinden? En eerlijk gezegd snap ik niet dat niet meer mensen dat denken. Waarom zie ik hem nooit verschijnen in De Wereld Draait Door, in Pauw & Witteman – oké, hij mocht één keer iets vertellen over Theo van Gogh – of in Zomergasten? Waarom herkent bijna niemand zijn scherpzinnigheid, zijn humor, zijn literaire talent, zijn eruditie? Soms vermoed ik dat er een complot bestaat. Dat er in Hilversum bij elke redactie minstens één persoon zit die iedere dag zegt: ‘Wat er ook gebeurt vandaag, die Holman komt er niet in!’

En dus moet ik het doen met zijn radioprogramma, zijn boeken en zijn columns, en vrees ik de dag dat ook die er niet meer zullen zijn. Gelukkig zijn de archieven er dan nog, en de herinnering aan die avond in het Zaantheater. Zo wil ik later ook zijn, dacht ik toen in de foyer. En stiekem, als ik heel eerlijk ben, denk ik dat nog steeds.

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply