Van Master tot VENI: Sjeng Scheijen

Rusland kende aan het begin van de twintigste eeuw een vooruitstrevende en bloeiende kunstscene. Grote namen als Malevitsj en Tatlin opereerden binnen de zogenaamde ‘Russische Avant-Garde’, een beweging die ten onder ging door de opkomst van het Socialistisch Realisme. Dr. Sjeng Scheijen zal deze teloorgang onder de loep nemen en kreeg voor dit onderzoek een VENI subsidie toegekend. ‘Ze hebben hun graf mee helpen graven’.

‘De Ondergang van de Russische Avant-Garde’, zo luidt de titel van uw onderzoek. Waar ligt de focus precies?
Ik wil kijken naar de wisselwerking tussen de avantgardisten en de staat. Hoe is dit precies verlopen? Ik hoop daarbij nieuw inzicht te krijgen in de oorzaken en gevolgen van de ondergang van de Russische Avant-Garde.

Over de Veni-subsidie
De Veni is één van de subsidies van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voor jonge, recent gepromoveerde onderzoekers. Zij krijgen elk 250.000 euro om drie jaar onderzoek te doen. Dit jaar werden er 161 toegekend, waarvan één aan Sjeng Scheijen. Negentien Leidse onderzoekers verwierven een Veni-subsidie.

In 1932 werd het Socialistisch Realisme in Rusland de officiële staatskunst; andere kunstuitingen werden verboden. Het idee was altijd dat de staat destijds de cultuur in haar geheel overnam en bepaalde wat goede en wat slechte kunst was. Maar dat is niet helemaal waar: de kunstenaars waren sterk betrokken bij dit proces en waren zo politiek geëngageerd dat zij een groot aandeel hadden in het debat over de kunst. Ze werkten voortdurend samen met de staat en gaven eigenlijk hun eigen vrijheid op. Ze groeven hun eigen graf.

De Russische Avant-Garde was een hele brede beweging; zowel kunstenaars als architecten, dansers, fotografen en vormgevers maakten deel uit van deze groepering. Van een uniform programma was eigenlijk geen sprake, maar ieder van hen was zeer gericht op experiment en politiek geëngageerd. Hun invloed is groot geweest: de abstracte kunst, moderne dans en architectuur hebben zich mondiaal voor een aanzienlijk deel ontwikkeld onder de hoede van de Russische Avantgardisten. Maar op een goed moment ging de hele beweging ten onder.

Wetenschapsportret Sjeng Scheijen
1998 – 2004 Auteur, redacteur en RTV-producer bij de AVRO, KRO en VPRO
1998 – 2009 Freelance curator en auteur, specialisme Russische kunst
2009 Promotie bij Slavische talen en letterkunde, Universiteit Leiden         
2008 – 2010 Cultureel attaché bij de Nederlandse Ambassade in Moskou
2010 Veni-subsidie NWO voor het onderzoek: ‘De Ondergang van de Russische Avant-Garde’

Wat is er vernieuwend aan uw onderzoek?
Mijn onderzoek is innovatief wat betreft invalshoek, bronnen en benadering. Ik wil een volledige kijk geven op de ondergang van de beweging; niet alleen op de theorie ingaan, maar het proces ook vanuit sociologisch en persoonlijk perspectief beschouwen. Daarbij ga ik gebruik maken van egodocumenten van de kunstenaars: ongepubliceerde dagboeken, briefwisselingen en notities, waarin zij reflecteren op de situatie van de Russische kunstwereld in die periode. Voorheen werd er vooral gekeken naar wat kunstenaars in theoretische geschriften tot uiting brachten; het theoretische debat met de staat stond centraal. Ik zal allerlei andere aspecten in mijn onderzoek betrekken zoals politiek, persoonlijke elementen, emoties en relaties. Ik wil de de ondergang van de Russische Avant-Garde benaderen vanuit de kunstenaars zelf, vanuit hun privé-wereld.

Hoe gaat u het onderzoek aanpakken?
Voor het hele onderzoek heb ik vier jaar de tijd; in 2014 wil ik mijn boek af hebben. Het inlezen in de bestaande literatuur over dit onderwerp zal mijn eerste stap zijn. Daarvoor heb ik ongeveer een jaar voor ingepland. Het zijn ruim driehonderd titels, dus die tijd heb ik wel nodig. Vervolgens duik ik de Russische archieven in en zal mij daar ruim anderhalf jaar verdiepen in de diverse egodocumenten van de kunstenaars. Hulp van plaatselijke onderzoekers heb ik daarbij zeker nodig; er is zoveel materiaal dat ik nooit alles in mijn eentje kan doorspitten. Bovendien zijn sommige handschriften bijna onleesbaar, dat maakt het onderzoek extra lastig. En niet te vergeten: de Russische archieven zijn heel anders gestructureerd. Iemand met ervaring in een bepaald archief is daarom bijna onmisbaar. Tijdens het archiefwerk hoop ik al de eerste woorden op papier te zetten. Het eindresultaat wordt in de planning twee jaar later gepubliceerd: een overkoepelende ‘microgeschiedenis’ van de ondergang van de Russische Avant-Garde.

Be Sociable, Share!

Leave a Reply