Coens column – Een nieuw kerstverhaal

Er woedde een hevige sneeuwstorm, en doordat alle straten op elkaar begonnen te lijken raakte ik al snel de weg kwijt. Gelukkig, daar zag ik een stal waar ik kon schuilen voor dit onchristelijke weer. Ik veegde mijn voeten af aan wat stro en liep naar binnen.

 ‘Wat komt u hier doen?’ De vraag was simultaan gesteld door twee mensen die naast een kribbe stonden. ‘Ik wil hier graag even schuilen, als dat van u mag.’ De man en de vrouw naast de kribbe zuchtten. ‘Nou, vooruit dan maar. Maar veeg wel uw voeten, het is hier al zo’n zwijnenstal.’

Ik zag tot mijn verbazing dat er een baby’tje in de kribbe lag. ‘Wie is dat?’ vroeg ik. ‘Dat is onze zoon,’ zei de vrouw, ‘wij noemen hem: Mark Zuckerberg.’

Op dat moment kwamen er twee mannen binnen. Een had zilverachtig haar, de ander droeg een zwart zorromasker waaruit merkwaardig genoeg geen ooggaten waren geknipt.

‘Gegroet,’ zei de man met het zilverhaar. ‘Mijn naam is Julian Assange, en dit hier is Robert M. Ik zie dat u ook een stoel heeft klaargezet voor Liu Xiaobo, maar die is helaas verhinderd wegens logistieke problemen. Wij komen Mark Zuckerberg eer bewijzen. Maar even tussendoor, wist u dat het hier behoorlijk lekt?’

Ik richtte mij tot de binnenkomers. ‘Hoe weten jullie van dit kind?’ vroeg ik. Ze draaiden hun gezicht naar mij toe. Assange nam het woord. ‘Ik heb enkele zeer geheime documenten gekregen waarin staat dat dit kind later een groot man zal worden. Hij zal worden geroemd om zijn talent om mensen te binden. Hij zal “de koning van het web” worden genoemd. Wij komen hem aanbidden.’

Door het zwarte balkje voor zijn ogen moest Robert M. op de tast naar de kribbe lopen. ‘Ik wil mijzelf bij dezen graag aanbevelen, wanneer u ooit een oppas voor Mark nodig heeft,’ zei hij terwijl hij het kindje overal betastte, alsof hij wilde voelen dat het echt bestond.

Toen kwam Jezus binnen. Die herkende je meteen. ‘Goedemiddag tezamen. Ik kom vrede op aarde brengen, als het mag.’ Assange lachte. ‘Dan ben je te laat, vriend,’ zei hij, ‘dat heeft Liu Xiaobo al voor je gedaan.’ ‘Verdomme,’ riep Jezus, ‘dat zul je altijd zien. Welnu, dan ga ik maar weer. Tot kijk allemaal.’ En weg was hij.

We knielden allemaal neer voor de kribbe en hielden elkaars hand vast, alsof we verbinding met elkaar maakten. Ik voelde druppels vallen in mijn nek. ‘Ik zei het toch!’ schreeuwde Julian Assange. ‘Ik zei toch dat het hier lekte!’

Toen ik weer buiten stond was het opgehouden met sneeuwen. In de verte zag ik Jezus nog lopen. Hij stopte bij een hotel en belde aan. Ik zag hoe hij iets vroeg, waarop de hoteleigenaar de deur weer dichtgooide. Met gebogen hoofd liep Jezus verder, tot hij achter de horizon was verdwenen.

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply