Coens column – Lijden light

‘Je moet eens ophouden met dat geneuk,’ zei mijn moeder onlangs tegen mij. Een eeuwenoude strijdlust borrelde bij mij naar boven, en ik moest moeite doen mijn geluk te verbergen. Maar om dat geluksgevoel te verklaren moet ik misschien eerst iets meer vertellen over mijn jeugd.

Het gezin waarin ik ben grootgebracht is vrij doorsnee. Ik heb altijd met het idee geleefd dat mijn ouders van mij hielden en dat nog steeds doen. Er was genoeg te eten, de kachel brandde op gezette tijden en ik ben zelfs nog nooit misbruikt, hooguit voor wat huishoudelijke klusjes. Ja, je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat ik een gelukkige jeugd heb gehad.

Goed, ik moet toegeven dat ik wel gelovig ben opgevoed. Tot op zekere leeftijd moest ik mee naar de kerk. Maar het was geen zware kerk, en de volgens veel christenen ideale frequentie van één keer per week haalden we bij lange na niet. Het lijkt erop dat mijn ouders er alles aan hebben gedaan het allemaal zo aangenaam mogelijk te laten zijn voor mij. Het geluk was groot, het leed gematigd 

Nu geloof ik niet dat je om een goed schrijver te kunnen zijn een getormenteerde jeugd moet hebben gehad. Ik denk dat je meer baat hebt bij een levendige fantasie en stilistische vaardigheid. Maar een beetje opstand kan geen kwaad. Hebben we niet van Darwin geleerd dat er strijd moet worden geleverd om vooruit te komen? Ik moet alle onredelijkheid de rug toe keren, ik moet mijn vader vermoorden! Maar hoe moet je in godsnaam vadermoord plegen, als je vader zijn hoofd met alle liefde zelf op het hakblok legt?

Misschien is het een teken van deze tijd. Vroeger had men het eenvoudig. Je mocht niets van je ouders. Het enige wat in de weg stond tussen jou en de vrijheid waren zij. Maar tegen wie moeten wij nu strijden? En voor wat eigenlijk? Als de grenzen van de vrijheid vervagen, kun je je afvragen of er nog wel zoiets als vrijheid bestaat. Ik heb soms het idee op een oceaan te dobberen. Ik zou met alle stromingen mee kunnen varen zonder dat iemand mij tegenhoudt, maar het enige wat ik kan bedenken is het anker uitgooien en wachten.

Dit verklaart misschien mijn geluk toen mijn moeder me sommeerde op te houden met ‘dat geneuk’. Ze had zojuist een essay van mijn hand gelezen waarin het woord voorkwam. Nu is mijn moeder een tamelijk moderne vrouw, maar dat haar zoon het soms over dergelijke zaken heeft in essays en verhalen, stuit haar toch tegen de borst. Al is het slechts een strohalm, eindelijk heb ik iets waarmee ik af en toe de niet bestaande muren van het ouderlijk fort kan bestoken, en zal ik het dus niet nalaten het woord neuken te laten vallen als daarvoor aanleiding is.

Ik ben benieuwd of Freud hier van terugheeft.

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply