Coens column – Stilte s.v.p.

Er zijn van die momenten waarop je niet zeker weet of je nou moet lachen of huilen. Bijvoorbeeld toen ik onlangs een Karwei klantenkaart aanschafte, en die vervolgens ook nog inzette toen ik verf en kwasten moest afrekenen. Of wanneer je toevallig langs MTV zapt en 389 keer het woordje ‘like’ hoort, tot je er na anderhalve minuut ontcijferen achterkomt dat er een of ander omhoog gevallen huppelkutje van vijftien bijna zestien wordt, en dat wil vieren met een uit de kluiten gewassen partijtje – ‘Neem alle denkbare cliche’s mee, je wordt niet thuisgebracht’.

Tja, ik weet niet of de schepper dat allemaal had voorzien toen hij Adam en Eva in het paradijs dropte. Als hij echt voorzienend was geweest had hij ze overigens meteen in een torenflat gestopt; daarin heb je veel mooier uitzicht. Maar ik dwaal af. Het ging over de twilight zone tussen huilen en lachen. Ik bereikte die schemertoestand recentelijk, toen ik nietsvermoedend Leiden Centraal binnenliep.

Op spoor 1 stond de trein naar Utrecht braaf te wachten tot hij mocht vertrekken. Ik moest naar Delft en wilde dus al doorlopen, toen ik ineens zag welke leus door de NS op de trein was geplakt: ‘Lekker lezen doe je in de trein’. In het kader van de naderende Boekenweek vonden onze Nationale Spoorwegen het kennelijk nodig onwaarheden te gaan verkondigen. Want als je nou ergens niet lekker kunt lezen tegenwoordig, is het wel in de trein. Naast het gegeven dat je al blij mag zijn als je überhaupt een zitplaats hebt, is het onmogelijk je te concentreren in de nimmer ophoudende kakofonie van ruisende mp3-spelers, veel te luide (en veel te persoonlijke) gesprekken, en symfonieën van telefoongeluiden. De zin van het leven lijkt geluid produceren.

Maar deze ontwikkeling reikt verder dan alleen het treinverkeer. Ook de bibliotheken, ooit oases van rust, veranderen langzaam in buurtcentra waar toevallig ook nog boeken staan. Kijk maar naar de nieuwe openbare bibliotheek in Amsterdam. Een mooi gebouw, daar niet van, maar wat overheerst zijn computers, eetgelegenheden en roltrappen. Kinderen spelen spelletjes op internet, volwassenen zijn hardop over iets onbenulligs aan het discussiëren. De toezichthouders, de enige mensen die iets zouden moeten zeggen, houden hun mond.

Ach, op zich is het allemaal niet zo’n ramp, en ik wil ook geen column uit grootmoeders tijd schrijven. Maar ik vind het oprecht verontrustend dat het steeds moeilijker wordt om in deze wereld stilte te vinden. Zelfs in je eigen huis of kamer is het altijd nog maar afwachten of de buren wel of niet van zich laten horen.

Het leven is een komische tragedie, en niet zelden zijn tranen van het lachen en van verdriet moeilijk van elkaar te onderscheiden. Ik zag de verwarring ook bij de kassière in de Karwei, toen ik mijn klantenkaart aanreikte en zij naar de tranen in mijn ogen keek. Ik wilde haar uitnodigen voor mijn verjaardagsfeestje, en haar zeggen dat ze een boek mee moest nemen en dat ze zou worden thuisgebracht. Maar ik zei het niet. Ik ontving mijn kaart weer, en kon alleen maar zwijgen.

Coen van Beelen

Be Sociable, Share!

Leave a Reply