Wedstrijdcolumn Myriam Bakker: De menselijke spiegel

Naast student ben ik ook forens. Samen met nog duizenden andere studenten. Elke dag op en neer in treinen vol met toeristen, zakenmensen, studenten, oude echtparen die een dagje weg gaan en ga zo maar door. Verassend leerzaam zijn die reisjes.

Zo zitten veel mensen luidkeels te telefoneren en kom je te weten wat het meisje dat achter je zit de avond tevoren allemaal voor spannende dingen heeft gedaan. Of de zakenman die naast je zit met zijn laptop. Allerlei informatie over belangrijke deals zijn zichtbaar op zijn scherm. Als ik een concurrent van hem was geweest had ik er zo mijn voordeel mee kunnen doen. Maar het meest leerzame is eigenlijk nog dat je de ware aard der mensen leert kennen. En dat maakt het reizen met de trein meteen ook zo vreselijk. Daar zorgt de NS namelijk niet voor. Al twee jaar gaan mijn treinen (bijna) elke dag keurig netjes op tijd. Zolang het niet sneeuwt dan. En als er mensen voor de trein springen ben je ook wat langer onderweg. Of als er bovenleiding kapot is, of een wissel, of een treinstel. Ja, dan kan het ook wat langer duren …maar hoe vaak komt dat nu voor?? Nee, aan de NS ligt het niet.

Het ligt aan al die andere forenzen. Die als ze de trein in willen ongeduldig trappelend staan te wachten totdat de andere reizigers de trein hebben verlaten. Om vervolgens met het nodige ellebogenwerk, waar een voetballer nog veel van kan leren, als eerste de trein in te springen. En als ze vervolgens ín de trein zitten, wil iedereen natuurlijk zoveel mogelijk ruimte voor zichzelf. Met als gevolg dat op elk bankje één persoon en één tas zit. En owee als je vraagt of je daar kan zitten. Hoe haal je het in je hoofd om te vragen of die kostbare tas op de grond gezet kan worden zodat jij op de stoel plaats kan nemen? Het wordt veel meer gewaardeerd als je zelf op de grond gaat zitten, of gewoon lekker blijft staan. Maar als je volhoudt mag je toch uiteindelijk meestal wel plaats nemen.

Vervolgens kan je lekker genieten van alle andere forensen om je heen. Van hun ladingen parfum bijvoorbeeld die ze elke ochtend opspuiten. En van hun ‘privégesprekken’. Of van hun muziek. In de trein heb ik mijn muziekkennis behoorlijk uit kunnen breiden. Als de trein dan uiteindelijk bijna bij het station is, springt iedereen op om als eerste de trein weer uit te kunnen. Dan staan ze daar met z’n allen in een rij voor de treindeuren. Op de deuren staat dat ze pas opengaan als de trein stilstaat. Stilstaat op ’t station, niet voor een rood sein. Want 9 van de 10 keer heb je voordat de trein het station binnen kan rijden nog een rood sein. Als ervaren forens weet je dat wel, en blijf je zitten. Maar blijkbaar is het toch erg leuk om tien minuten lang in een rij te staan wachten; terwijl je een kwartier geleden nog zoveel moeite hebt gedaan om een plekje te bemachtigen. Als de deuren dan uiteindelijk wél opengaan racet iedereen eruit terwijl ze zich allemaal heel erg irriteren aan de mensen die op het perron staan te wachten en al proberen de trein in te gaan. Wat een rare mensen zijn dat toch. Wat onbeschoft dat ze zo staan te dringen.

Wat je na zo’n reis nu over de menselijke aard hebt geleerd is dat mensen best wel egoïstisch zijn. En dat iedereen continu haast heeft en continu loop te klagen over zijn medepassagiers en de NS. En dat de mens liever een gezellige tas naast zich heeft dan een andere reiziger een plekje te gunnen. En het ergste is nog…dat je er zelf aan mee gaat doen. Ga zelf maar eens na. Hoe vaak zet je je tas niet naast je neer in plaats van op de grond? En hoeveel moeite doe je om een plekje te bemachtigen in een spitstrein? Het ergste van het reizen met de trein is dus eigenlijk dat je je grandioos gaat irriteren aan je eigen gedrag. En dat is heel leerzaam. Dan hoef je eigenlijk al niet meer naar college.

Be Sociable, Share!

Leave a Reply