Coens column – Laatste column

Beste Coen,

Het is volbracht. Zo zou je het waarschijnlijk formuleren. Na deze column ben je geen columnist meer, en na deze zomer ook geen student. Ik ken je vrij aardig, dus ik weet dat je het jammer vindt. Ik weet dat je graag nog jarenlang student zou blijven, zwalkend door de universiteitsgebouwen, docenten groetend en boeken lezend. Dat kan natuurlijk nog steeds, al zal het nooit meer zo zijn als in de afgelopen zes jaar.

Als iemand je zou vragen jezelf te omschrijven, wat zou je dan zeggen? Er zijn dagen dat je het houdt op: een luie, iets te dikke, sombere jongen die te vaak denkt aan de dood, twijfelt aan zijn kunnen en leeft zonder idealen. Dat is een mooie omschrijving van een columnist, dat moet ik toegeven. Maar kom op Coen, er zijn ook dagen dat je energie hebt, toegeeft stiekem wel ambitieus te zijn en zin hebt in de dag. Of ben je soms vergeten dat alles ambigu is? Continue reading

Coens column – Doorzie ironie

Quizvraag: Lars von Trier was dit jaar niet langer welkom op het filmfestival van Cannes omdat:
a: hij drie vrouwelijke journalisten tijdens het festival heeft verkracht en bezwangerd.
b: hij in zijn hotelkamer is opgepakt terwijl hij bezig was een bom te fabriceren.
c: uit dna-onderzoek is gebleken dat hij Lars von Trier helemaal niet is.
d: hij tijdens een persconferentie een grapje maakte waar de woorden ‘joden’, ‘Hitler’ en ‘nazi’ in voorkwamen.

Ik geef toe, het is een moeilijke vraag. En voordat Google wordt geraadpleegd zal ik het maar gewoon zeggen: het is antwoord d. Ja, lieve lezers, ik begrijp de verontwaardiging die zich aftekent op jullie gezichten. Want, denkt eenieder van jullie, hoe is het in godsnaam mogelijk dat er anno 2011 nog steeds geen grappen mogen worden gemaakt over dergelijke zaken? Continue reading

Coens column – Rauwkost

Ik ben te zwaar. Vers uit de baarmoeder woog ik al 4260 gram en sindsdien is het eigenlijk nooit meer goed gekomen. Maar omdat de mens een wezen is dat waarde hecht aan causaliteit, probeer ik zo nu en dan de oorzaak van mijn niet geringe eetlust te achterhalen. Ik kom dan altijd uit op hetzelfde voorval.

Een jaar of tien moet ik zijn geweest. Ik zat met mijn zus, zusje en mijn ouders in de auto. We reden naar Limburg, waar we mijn oom en tante zouden bezoeken die verbleven op camping ’t Hemelke. Skyradio vulde de auto met de gebruikelijke easylisteningklanken, maar werd onderbroken door het ANP-nieuws van tien uur. Ik luisterde aandachtig, en hoorde hoe een vrouwenstem vertelde dat een sekte het einde van de wereld aangekondigde. Tot mijn opluchting was er echter wel een manier om dit noodlot af te wenden. Continue reading

Coens column – Was ik maar een pornoster

Er zijn dagen waarop ik denk: was ik maar een wiskundige. Mijn wereld zou bestaan uit getallen, geodriehoeken, formules, eenduidige tekens die geen ruimte overlaten voor ambiguïteit. Of is dat een illusie? Ben ik te weinig wiskundig om te beseffen dat ook wiskundigen niet weten wat zij met de wereld aanmoeten?

Nog vaker denk ik: was ik maar een metselaar. Mijn wereld zou bestaan uit stenen, cement en metseltroffels. Ik zou muren bouwen, ’s avonds aardappels eten met mijn vrouw en gelukkig zijn. Maar misschien zou ik sociaal gestoord worden en belanden bij een psychiater die zal zeggen: het lijkt wel alsof u een muur om u heen hebt gebouwd. Waarop ik zal antwoorden: dat klopt, meneer. Continue reading

Coens column – De smaak van dadels

Een man die een strikje draagt kan geen klootzak zijn. Dat is een van de zekerheden die dit leven ons biedt. Nog een zekerheid is de dood, haar onomkeerbaarheid en haar permanente aanwezigheid. Als een tijger ligt zij platgedrukt in het gras, klaar om ons te bespringen en te verscheuren wanneer wij dat niet verwachten.

Dat mensen vreugde voelen bij de dood van iemand kan ik moeilijk begrijpen. Natuurlijk, ik kan me voorstellen dat wanneer je een kind of geliefde hebt verloren door toedoen van een crimineel, je een gevoel van rechtvaardigheid ervaart wanneer die crimineel zelf ook wordt gedood. Maar de dood van de misdadiger is geen rechtvaardigheid. Het maakt alleen maar op een pijnlijke manier duidelijk hoezeer de tragiek in dit leven op de loer ligt, en hoe het ons allemaal vroeg of laat zal treffen, als een oneindige kettingreactie. Perpetuum Mobile. Continue reading

Coens column – Lijdensweg

‘Zo, de kruisiging zit er op.’
‘Is alles goed gegaan?’
‘Ja, het ging allemaal van een leien dakje. Ik sloeg nog wel even een kruisje toen het tempeldoek halverwege bleef hangen, maar uiteindelijk scheurde het toch mooi doormidden.
‘En hoe waren de kijkcijfers?’
‘Ja, daar maak ik me dus wel een beetje zorgen over. Er stonden niet zo heel veel mensen op Golgotha, misschien alles bij elkaar opgeteld een kleine honderd.’
‘Ai, dat is een tegenvaller zeg. Nu ik erover nadenk: wie gaat hier eigenlijk over de PR? Is er wel genoeg reclame gemaakt? Als ik eerlijk ben heb ik er weinig over gehoord.’
‘Tja, wat moet je doen? Alles ging ineens zo snel toen hij gisteravond werd opgepakt in de Hof van Getsemane. Zie maar eens midden in de nacht duizenden mensen op te trommelen. Trouwens, het hele proces dreigde nog even gestaakt te worden toen Petrus de hogepriester wilde wraken, maar daar zag hij toch maar van af. Gelukkig wordt Bram Moszkowicz pas over ruim 1900 jaar geboren, anders hadden we daar nu nog gezeten.’
‘En hadden wij moeten opdraven bij Pauw & Witteman. Mij niet gezien, die linkse kerk. Maar goed, naar dat hele proces heeft dus eigenlijk geen haan gekraaid?’
‘Nou, dat zou ik niet zo willen zeggen.’ Continue reading

Coens column – Bellen

I.
Zaterdag. Ik sta in een karaokebar en hoor twee vrienden mompelen over ‘iets’ in Alphen aan de Rijn. Het is elf uur ’s avonds; door gelukkige omstandigheden heb ik al twaalf uur lang geen nieuwsberichten tot me genomen, en dus vraag ik wat er aan de hand is. De meeste gesprekken naar aanleiding van ‘rampen’ zijn te reduceren tot: waar was jij toen je het hoorde? Ik sta dus in een karaokebar wanneer ik het hoor. Ineens lijkt elk liedje dat we meezingen ‘toepasselijk’, en heel even voel ik me onveilig, een potentieel doelwit. Iedereen om mij heen spreekt en zingt vrolijk verder. Bij hen is de verwerking reeds uren geleden begonnen, en dat is ruim voldoende voor een onbezorgde avond. Continue reading

Coens column – Een stukje Berlijn

Berlijn behoort tot het groepje Europese steden die je niet in de zonneschijnende maanden moet bezoeken. Een andere stad uit dat selecte gezelschap is bijvoorbeeld Praag, wier romantische grauwheid pas echt goed tot haar recht komt als donkere wolken de zwartgrijze tinten van het met roet besmeurde zandsteen accentueren. Zo is dat ook met Berlijn. Toen ik daar afgelopen weekend rondliep, bekroop mij een ander gevoel dan dat ik twee jaar geleden had, toen ik er voor het eerst was.

Dat was in november geweest. Het was steenkoud. Ik had de lange kamelenharen winterjas van mijn opa aangetrokken. We overnachtten bij een vriend van mijn vriend, een kunstschilder die al enige jaren in Berlijn verbleef, hopend op het grote succes. Hoewel ik op de grond sliep in een kamer met enkelglas, slechts verwarmd door een traagwerkende vooroorlogse steenkolenkachel, en ’s ochtends de koolmonoxidemelder waarvan ik de plaatsing had afgedwongen loeide als een Russisch luchtalarm, was ik daar toch gelukkig. De kille donkerte verzorgde de juiste belichting, de juiste atmosfeer die hoorde bij het Berlijnse decor.

Continue reading

Coens column – Broodje absurditeit

Ik loop nu al enige jaren rond in Leiden, maar ik verbaas mij iedere dag weer over de multifunctionaliteit van veel universiteitsfaciliteiten. Als ik bijvoorbeeld zin heb om even de benen te strekken door een fikse wandeling te maken, ga ik ’s middags naar de UB en zoek ik daar een computer. De geoefende student neemt voor deze opgave zijn wandelschoenen, Nordic Walking stokken en een uitgebreid lunchpakket mee, want meestal ben je toch zo’n anderhalf uur rondjes aan het lopen tot er iemand van zijn werkplek opstaat, en dan moet je nog tot de UB-God bidden dat de computer niet ‘gelockt’ is. Maar vrees niet, meestal is iemand je voor die zojuist toevallig komt binnenlopen. Continue reading