Wedstrijdcolumn Sara-Jayne Nogarede: Schoenenman

Ik woon in een vierkamerappartement met twee balkons, een garagebox, een keuken vol complete pannensets en accessoires, en mijn enige huisgenootje is mijn beste vriendinnetje. Ik ben nooit lid geworden bij de Grote Vijf, en hoewel een biertje er wel ingaat ben ik nooit dronken. Om tien uur ’s ochtends is mijn dag meestal al een tijd bezig. Ben ik een echte student? Ik weet het niet. Ik ben in ieder geval al wel lang student.

Ik heb al veel mensen zien komen en gaan sinds ik in Leiden woon. De barman van de Kroeg, die droomde van een carrière als kok in zijn eigen sterrenrestaurant en een appartement had vlakbij het daklozenslaaphuis, zodat ik telkens als ik bij hem langsging al mijn kleingeld kwijt was. De kleine blonde barman van de Einstein, die je overal lijkt tegen te komen. Of Hans met zijn blonde krullen en camera, die al lang afgestuurd is maar nog steeds alle studentenevenementen afloopt. Maar ook het meisje met de rode lippenstift en retro outfits, dat Engels studeerde en altijd op de rode banken in het Lipsius zat. Ik heb haar daar al lang niet meer gezien, maar af en toe is ze nog in het Plexfit. Zonder rode lippenstift trouwens.

Continue reading

Wedstrijdcolumn Judith Laanen: EL CID-week: één grote familie

judith-laanenIk kan me mijn eerste EL CID-week maar half herinneren. Dat kwam niet door de drank, maar door de overweldigende hoeveelheid ervaringen die je brein moet opslaan. Gelukkig heb ik die ervaringen al vier keer over mogen doen als redactrice van de dagbladcommissie.

Ruim zes jaar geleden begon ik met studeren in Leiden. Die week trapte ik af met de EL CID en dit jaar is helaas de laatste kans geweest om van de EL CID-familie deel uit te maken. Want dat word je zodra de koorts je bevangen heeft. Als dagbladcommissie maak je deel uit van de groep die vijf dagen lang keihard werkt om een krant voor meer dan 2000 deelnemers te maken. Verslagen, interviews, columns: het is net een echte krant. En het is zonde dat ‘ie maar vijf dagen per jaar uit komt.

Continue reading

Wedstrijdcolumn Mascha Bloemer: Ik sog, jij sogde, wij hebben gesogd …

Ik zou hier een heel mooi, goed en geniaal stukje kunnen neerzetten. Ik zou kunnen doen alsof ik iemand ben die fantastische verhalen kan schrijven en overloopt van schrijverstalent. Maar dat is nu eenmaal een illusie en ik zal ook niet proberen te doen alsof het zo is. In plaats daarvan doe ik een poging tot het amuseren van de mensen die de wekelijkse studentennieuwsbrief lezen. 

Omdat het lezen van een studentennieuwsbrief een geweldige SOG-activiteit is, zal ik 10 manieren om te soggen op een rijtje zetten (wat op zich ook weer een SOG-activiteit is):

Continue reading

Wedstrijdcolumn Casper Luckerhof: Zwijgzame rokers

De fietsenstalling is bijna leeg. De laatste stoelen van het literair café worden binnengezet. Door de elektrische deuren komt een middelbare vrouw op krukken naar buiten, en gaat naast ze me zitten. Of ik een vuurtje heb. Ik knik. Zwijgend roken we samen een sigaret.

Voor mij is het nog steeds onbegrijpelijk, maar het Lipsius heeft stijl, charme. Het oerlelijke gebouw verbergt een zeker academisch publiek waar je pas achter komt als je er vaker studeert. Misschien is het de depressiviteit die Geesteswetenschappen studenten vaak delen, het pessimisme dat we zo graag koesteren.

Continue reading

Wedstrijdcolumn Annemarie van der Zwet: De eerste keer …

De eerste keer. Misschien zijn er mensen voor wie de eerste keer niks bijzonders was, misschien zijn er mensen voor wie het alledaags was. Misschien zijn er mensen die het nog niet kennen. Voor anderen is het iets wat ze zich altijd zullen herinneren, een ommekeer in hun leven. Een einde aan hun kindsheid, aan het speelse spelen. Een begin van volwassenheid, van het serieuze leven.

Ik weet het nog precies maar het is ook nog niet lang geleden. Wie weet hoor ik straks ook bij die groep die het zich niet herinnert, voor wie het iets alledaags wordt. Liever onthoud ik het, de eerste keer is stiekem toch wel raar en rare dingen blijven mij altijd bij.

Continue reading

Wedstrijdcolumn Myriam Bakker: De menselijke spiegel

Naast student ben ik ook forens. Samen met nog duizenden andere studenten. Elke dag op en neer in treinen vol met toeristen, zakenmensen, studenten, oude echtparen die een dagje weg gaan en ga zo maar door. Verassend leerzaam zijn die reisjes.

Zo zitten veel mensen luidkeels te telefoneren en kom je te weten wat het meisje dat achter je zit de avond tevoren allemaal voor spannende dingen heeft gedaan. Of de zakenman die naast je zit met zijn laptop. Allerlei informatie over belangrijke deals zijn zichtbaar op zijn scherm. Als ik een concurrent van hem was geweest had ik er zo mijn voordeel mee kunnen doen. Maar het meest leerzame is eigenlijk nog dat je de ware aard der mensen leert kennen. En dat maakt het reizen met de trein meteen ook zo vreselijk. Daar zorgt de NS namelijk niet voor. Al twee jaar gaan mijn treinen (bijna) elke dag keurig netjes op tijd. Zolang het niet sneeuwt dan. En als er mensen voor de trein springen ben je ook wat langer onderweg. Of als er bovenleiding kapot is, of een wissel, of een treinstel. Ja, dan kan het ook wat langer duren …maar hoe vaak komt dat nu voor?? Nee, aan de NS ligt het niet.

Continue reading

Wedstrijdcolumn Laura Bosua: Leegte in het Lipsius

Er zijn wc’s in het Lipsius. Dat is logisch. Iedereen moet wel eens naar de wc. Maar deze wc’s (ik heb het hier dan wel over het damestoilet, bij de heren kan ik het niet checken) zijn bijzonder. Of eerder gezegd: waren bijzonder.

Een toiletbezoekje in het Lipsius is namelijk niet zomaar een toiletbezoekje. Ik vroeg me altijd af waarom mensen soms zo lang op de wc zitten, maar nu weet ik het: de teksten op de deuren. De eerste deur was vooral bijzonder. Hier ontstonden twee gesprekken.

Read More >> Continue reading

Wedstrijdcolumn Sebastiaan van Loosbroek: Telefoonterreur

Middelbare scholen weten niet hoe ze moeten omgaan met het gebruik van mobiele telefoons door leerlingen. Dat meldde de Nationale Academie voor Media & Maatschappij onlangs na onderzoek op een aantal scholen. In een samenvatting van het rapport is te lezen dat docenten niet op de hoogte zijn van alle mogelijkheden die de hedendaagse telefoon biedt, dat het een geschikt middel is om docenten te chanteren en leerlingen te pesten, en dat er geen eenduidige aanpak is tegen het gebruik ervan.    

Continue reading

Wedstrijdcolumn Mark Weijers: Doe het zelf-moord

"Ongelofelijk!", was het woord dat een van mijn huisgenoten uitriep, toen ze zag dat het EO programma ‘Jong’ het onderwerp zelfmoord behandelde door met een lid van een kerkgemeenschap te praten die in het verleden zelfmoordneigingen had gehad. Want wat had geloof hier nu helemaal mee te maken? Er zijn toch heel veel mensen zonder geloofsovertuiging die soortgelijke problemen hebben? Of zijn hun problemen van een andere aard? Een andere categorie zelfmoordneigingen of iets dergelijks?

Ik merkte dat zelfmoord een moeilijk onderwerp is om zonder bijkomstige emoties over te praten. Het wekt al snel persoonlijke argumenten op die de indruk wekken iets toe te voegen aan de discussie, maar die meestal toch op emoties zijn gebouwd. Zo ook bij discussie over de relatie tussen een religie en zelfdoding.

Continue reading