
Het is volbracht. Zo zou je het waarschijnlijk formuleren. Na deze column ben je geen columnist meer, en na deze zomer ook geen student. Ik ken je vrij aardig, dus ik weet dat je het jammer vindt. Ik weet dat je graag nog jarenlang student zou blijven, zwalkend door de universiteitsgebouwen, docenten groetend en boeken lezend. Dat kan natuurlijk nog steeds, al zal het nooit meer zo zijn als in de afgelopen zes jaar.
Als iemand je zou vragen jezelf te omschrijven, wat zou je dan zeggen? Er zijn dagen dat je het houdt op: een luie, iets te dikke, sombere jongen die te vaak denkt aan de dood, twijfelt aan zijn kunnen en leeft zonder idealen. Dat is een mooie omschrijving van een columnist, dat moet ik toegeven. Maar kom op Coen, er zijn ook dagen dat je energie hebt, toegeeft stiekem wel ambitieus te zijn en zin hebt in de dag. Of ben je soms vergeten dat alles ambigu is?Read More >>

Quizvraag: Lars von Trier was dit jaar niet langer welkom op het filmfestival van Cannes omdat:
a: hij drie vrouwelijke journalisten tijdens het festival heeft verkracht en bezwangerd.
b: hij in zijn hotelkamer is opgepakt terwijl hij bezig was een bom te fabriceren.
c: uit dna-onderzoek is gebleken dat hij Lars von Trier helemaal niet is.
d: hij tijdens een persconferentie een grapje maakte waar de woorden ‘joden’, ‘Hitler’ en ‘nazi’ in voorkwamen.
Read More >>

Ik ben te zwaar. Vers uit de baarmoeder woog ik al 4260 gram en sindsdien is het eigenlijk nooit meer goed gekomen. Maar omdat de mens een wezen is dat waarde hecht aan causaliteit, probeer ik zo nu en dan de oorzaak van mijn niet geringe eetlust te achterhalen. Ik kom dan altijd uit op hetzelfde voorval.
Een jaar of tien moet ik zijn geweest. Ik zat met mijn zus, zusje en mijn ouders in de auto. We reden naar Limburg, waar we mijn oom en tante zouden bezoeken die verbleven op camping ’t Hemelke. Skyradio vulde de auto met de gebruikelijke easylisteningklanken, maar werd onderbroken door het ANP-nieuws van tien uur. Ik luisterde aandachtig, en hoorde hoe een vrouwenstem vertelde dat een sekte het einde van de wereld aangekondigde. Tot mijn opluchting was er echter wel een manier om dit noodlot af te wenden.Read More >>

Er zijn dagen waarop ik denk: was ik maar een wiskundige. Mijn wereld zou bestaan uit getallen, geodriehoeken, formules, eenduidige tekens die geen ruimte overlaten voor ambiguïteit. Of is dat een illusie? Ben ik te weinig wiskundig om te beseffen dat ook wiskundigen niet weten wat zij met de wereld aanmoeten?
Nog vaker denk ik: was ik maar een metselaar. Mijn wereld zou bestaan uit stenen, cement en metseltroffels. Ik zou muren bouwen, ’s avonds aardappels eten met mijn vrouw en gelukkig zijn. Maar misschien zou ik sociaal gestoord worden en belanden bij een psychiater die zal zeggen: het lijkt wel alsof u een muur om u heen hebt gebouwd. Waarop ik zal antwoorden: dat klopt, meneer.Read More >>

Een man die een strikje draagt kan geen klootzak zijn. Dat is een van de zekerheden die dit leven ons biedt. Nog een zekerheid is de dood, haar onomkeerbaarheid en haar permanente aanwezigheid. Als een tijger ligt zij platgedrukt in het gras, klaar om ons te bespringen en te verscheuren wanneer wij dat niet verwachten.
Dat mensen vreugde voelen bij de dood van iemand kan ik moeilijk begrijpen. Natuurlijk, ik kan me voorstellen dat wanneer je een kind of geliefde hebt verloren door toedoen van een crimineel, je een gevoel van rechtvaardigheid ervaart wanneer die crimineel zelf ook wordt gedood. Maar de dood van de misdadiger is geen rechtvaardigheid. Het maakt alleen maar op een pijnlijke manier duidelijk hoezeer de tragiek in dit leven op de loer ligt, en hoe het ons allemaal vroeg of laat zal treffen, als een oneindige kettingreactie. Perpetuum Mobile.Read More >>

Read More >>

Read More >>

Berlijn behoort tot het groepje Europese steden die je niet in de zonneschijnende maanden moet bezoeken. Een andere stad uit dat selecte gezelschap is bijvoorbeeld Praag, wier romantische grauwheid pas echt goed tot haar recht komt als donkere wolken de zwartgrijze tinten van het met roet besmeurde zandsteen accentueren. Zo is dat ook met Berlijn. Toen ik daar afgelopen weekend rondliep, bekroop mij een ander gevoel dan dat ik twee jaar geleden had, toen ik er voor het eerst was.
Dat was in november geweest. Het was steenkoud. Ik had de lange kamelenharen winterjas van mijn opa aangetrokken. We overnachtten bij een vriend van mijn vriend, een kunstschilder die al enige jaren in Berlijn verbleef, hopend op het grote succes. Hoewel ik op de grond sliep in een kamer met enkelglas, slechts verwarmd door een traagwerkende vooroorlogse steenkolenkachel, en ’s ochtends de koolmonoxidemelder waarvan ik de plaatsing had afgedwongen loeide als een Russisch luchtalarm, was ik daar toch gelukkig. De kille donkerte verzorgde de juiste belichting, de juiste atmosfeer die hoorde bij het Berlijnse decor.
Read More >>

'Geneeskundestudenten in Paramaribo vieren Holi Phagwa mee volgens hindoestaanse tradities!', mailt Paulien Hennink, studente Geneeskunde.
Read More >>

Read More >>

Het is weer lente. De tijd dat de bloemetjes hun antidepressiva aan de wilgen hangen, veel te lange rokjes het straatbeeld opluisteren, kerncentrales oververhit raken en ijsberen dood neervallen. Maar in Leiden is dat nog niet alles. Want zodra de zon ook weer mag meedoen in het straatbeeld, komen ze weer uit hun holletjes gekropen: de rosémeisjes. Omdat het voor sommigen misschien nog een onbekende soort is, zal ik ze even kort omschrijven:
Rosémeisjes zijn actief gedurende de periode maart tot en met begin oktober (met een marge van een aantal weken). Ze dragen meestal spijkerbroeken, soms rokjes, en zijn overal te vinden in en rondom universiteitsgebouwen. Op de een of andere manier hebben vrij veel exemplaren een licht hese stem – wellicht door de consumptie van filtersigaretten, een door hen zeer geliefd product – en heeft Moeder Natuur hen gezegend met een zeer prominent aanwezige Gooise ‘r’, afgewisseld met de welbekende huig-r, die wordt gebruikt aan het begin van een woord (zoals het woord rosé). Als ik de biologen die hun gedrag hebben bestudeerd mag geloven, zitten de rosémeisjes zodra het eerste zonlichte het Leidse grachtwater verwarmt op een van de vele terrasjes, alwaar zij op karakteristieke wijze een ‘roseetje’ bestellen. Vandaar dan ook: rosémeisjes.
Read More >>

Read More >>

Soms loop ik over straat en denk ik plotseling: ‘schijnbaar wordt schaamte schromelijk onderschat’. Meestal loop ik daarna per ongeluk tegen een voetganger op, zodat ik mij schaam vanwege mijn afwezigheid tijdens mijn deelname aan het verkeer. Maar als ik mijn weg vervolg denk ik alweer: ‘schaamte is de stichter van het al het kwaad.’ Ik durf niet met zekerheid te zeggen dat al mijn gedachten doorgaans zo aforistisch van aard zijn; wellicht is dat het resultaat van een intermediair geestelijk gistingsproces dat plaatsvindt tussen gedachten en schrift.
Ja, ik ben er inmiddels wel over uit dat het beter zou zijn als de mensheid zich wat meer zou schamen. Om te beginnen zouden heel veel mensen ’s ochtends gewoon binnen blijven. Men zou in de spiegel kijken en denken: ‘nee, laat ik het vandaag gewoon niet doen.’ Niemand zou meer al bellend in de bus uitleggen aan de gesprekspartner hoe het er vandaag met de genitale wratten voorstaat. De pestkop in de klas zou zich beschaamd terugtrekken, en huilen om al het veroorzaakte leed. De slechte docent zou eerst naar huis gaan om zijn colleges te herstructureren, in plaats van dat hij er zich zo schaamteloos gemakkelijk van afmaakt.
Read More >>
Recent comments